ONDERWIJS
Wij zien onderwijs als een van de belangrijkste bouwstenen van onze samenleving. Het draagt niet alleen bij aan de continuïteit van onze maatschappij, maar ook aan de leerling als individu en deel van haar sociale omgeving.
Samenvatting
Ondanks in de laatste jaren de taal- en rekenvaardigheden weer licht aan het verbeteren is, blijven we in een achterstandspositie internationaal gezien. Toch blijven de kosten oplopen met een afnemende aantal leerlingen-, scholen en personeel in het (pre) primair onderwijs. Dat er meer geld geïnvesteerd wordt in het onderwijs en daarmee in het personeel vinden wij in principe niet verkeerd, het is een van Nederlands belangrijkste instituties. Wat wij wel zorgwekkend vinden is dat met een grotere uitgave de kwaliteit niet verbeterd wordt (vaardigheden blijven bij de leerlingen gemiddeld beneden peil, de docenten klagen over een te hoge werkdruk, zelfs de leerlingen in het voortgezet onderwijs klagen daarover en dit wordt nog eens bevestigd door een toename en grote participatiegraad met burn-out klachten). Uiteindelijk kunnen we alleen maar vaststellen dat er iets mis is met de aangeboden onderwijssystemen die in Nederland worden aangeboden in het (pre)primair onderwijs.
Inleiding
De achteruitgang van het onderwijs gaat ons daarom zeer aan het hart. Wij zien de noodzaak om op beroepsopleidingen rekenen en taal te onderwijzen, om de achterstand weg te werken die in het reguliere onderwijs is ontstaan. Als wij kijken naar de internationale positie van ons onderwijs, dan dalen wij op de lijst en zijn ingehaald door bijvoorbeeld landen als Polen en Estland. (Bron: OECD Pisa study 2018 vs. 2015). Tot slot willen wij de bijles instituten noemen, hoewel wij erg blij zijn dat deze mogelijk bestaat, legt het wederom de zwakte van onze onderwijssysteem bloot. En dat terwijl de kosten voor het onderwijs sinds begin deze eeuw zijn verdubbeld tot 12 miljard Euro voor het basisonderwijs alleen (bron: ministerie van onderwijs). Kortom, het is tijd om verbeteringen voor ons onderwijs aan te streven.
Om het huidige onderwijsstelsel te kunnen begrijpen, moeten we al weer 60 jaar terug gaan in de tijd. Het waren de naoorlogse dagen waar de basis werd gelegd aan de wet dat gekscherend Mammoetwet werd genoemd, omdat het een zo groot en kostbaar project was. In de daarop volgende jaren zijn er wel aanpassingen geweest op deze wet, maar het grootste gedeelte van onze huidige onderwijssysteem is nog steeds gebaseerd op deze wet. Voor het eerst werd het mogelijk gemaakt dat elk kind verder kon studeren, of je nu uit een arm of rijk gezin kwam, een begaafde of een normale leerling was. Hoewel de wet nieuw was, was het systeem natuurlijk ontwikkeld met de kennis-, kunde en middelen uit die tijd. Door de veranderingen in de jaren '60, de tijd waarin veel vrijheden werden vergaard, kon je dit ook terug vinden onder protesterende studenten. Die eisten een vrijer soort onderwijs en niet alleen maar het uitwendig leren van theoretisch lesmateriaal. Deze mondigheid, bleek achteraf, het begin te zijn van de hiërarchische verwatering tussen leerling en docent. Hieruit kan je duidelijk herkennen, dat school als doel op zich werd gezien en niet als een verzameling tussendoelen leidend tot het einddoel zelfstandige individu die als werknemer of werkgever, zich staande weet te houden in de maatschappij. In de latere jaren werd de positie van de leerling als sociaal individu meer en meer centraal gesteld. "Meester" of "juffrouw", werd "Jaap" of "Margriet", in de jaren 80 werden docenten ter verantwoording geroepen omdat ze leerlingen met affectie behandelde (zonder seksuele intenties). Kortom de positie van de leerling werd meer en meer in bescherming genomen, ten kosten van de positie van de docent. In de jaren '80 en '90 kwamen dan nieuwe onderwijsmiddelen opzetten. Was het eerst nog alleen de bandrecorder en overhead projector, nu werd ook televisie, video en later de computer als leermiddel opgenomen. Dit zorgde ook voor duidelijke veranderingen in het onderwijs. Andere invloeden die waarneembaar zijn in deze periode zijn de kinderen van gastarbeiders en later vluchtelingen, wat duidelijk een verandering in de klaslokaal bracht. Ten eerste, omdat er vaak een leerachterstand was- of ontstond door taalachterstand, maar ook onderscheid van cultuur mag niet buiten beschouwing gelaten worden, dat zowel de druk op de Nederlandse- als ook anderstalige leerlingen en docenten vergroot heeft. De opkomst van eerst de kabeltelevisie en later het internet, had ook een sterke invloed op het gedrag van de leerling en haar leeromgeving. Sinds de jaren '90 en begin van de 21e eeuw zijn er een aantal vernieuwende onderwijssystemen gekomen, met allen haar eigen kenmerken, of wij het nu ver het beheersingsleren hebben zoals adaptief onderwijs, dat meer een vorm leren op eindresultaat is, maar niet daartoe beperkt. Zo staat zelfvertrouwen, talentontwikkeling, kennis en vaardigheden en verantwoordelijkheid hier centraal. Later kwamen er onderwijssystemen opzetten die de kenmerken van adaptief leren verder door voerden, zoals BAS project, Iederwijsscholen, handelsgericht werken of afstemmingsonderwijs, hoewel er zeker voor zekere elementen iets te zeggen valt, zijn er ook punten die ons inziens meer aandacht behoeven. Tot slot willen we afsluiten met de meest recente ontwikkelingen, die wij zien op universiteiten en andere onderwijsinstellingen. Was het onderwijs altijd al een overwegend links georiënteerd beroep, neutraliteit in het onderwijs werd zoveel mogelijk nagestreefd en de leerling in zijn waarden gelaten. als het om thema's gaat zoals bijvoorbeeld politiek-, religie- en seksualiteit. Wanneer je nu de schoolboeken- of lesmateriaal bekijkt, zien we dat de linkse ideologische voorkeuren meer en meer op de voorgrond aan het treden zijn. Waardoor de persoonlijke ontwikkeling- en individualiteit duidelijk onder druk komt te staan. Zeer zeker daar, waar zijn leefomgeving andere opvattingen- of gedachten hebben met betrekking tot de onderwezen thema's. Een andere thema, dat momenteel veel onzekerheid brengt en dat voornamelijk ontstaan is in het onderwijs, is de beschermende omgeving, dat aan de leerlingen moet worden gewaarborgd. Dat begint al op de kleuterschool, waar de speeltoestellen zo zeker moeten zijn, dat niemand zich pijn kan doen en eindigt op universiteiten, waar identity politics, societal privileges, safe zones en andere thema's opkomen, die in een zekere vorm van veiligheid en zekerheid moeten voorzien. Wij willen iedereen in zijn waarden laten en kritiseren het daarom ook niet, wel stellen wij er vraagtekens bij. Gelukkig kunnen wij naar andere westerse landen kijken en zien waar deze ontwikkelingen toe leiden. Wat wij daardoor vast kunnen stellen is, dat deze onrealistische en eigenlijk wereldvreemde situatie aan het ontstaan is, waarin de individu nog meer vrijheden- en tegelijkertijd beschermingen krijgt, wat slachtofferschap- en verzwakking van de individu en samenleving met zich meebrengt. Een van de dingen, die we geleerd hebben van het verleden, is dat sterke-, zelfbewuste- en zelfstandige individuen, een veel betere vooruitzicht voor de toekomst biedt, dan afhankelijke en onzekere individuen zijn. Daarom wensen wij dat elke individu die vanaf de eerste dag dat hij de schooldeuren doorgaat, wordt begeleid om een het eerst genoemde te worden.
Uitgave en organisatie in het (pre) primair onderwijs
Als wij naar de uitgave verloop kijken over de afgelopen 20 jaar, zien wij een sterke uitgave stijging, of wij dat nu aan de hand van de prijspeil 2000 bekijken of naar de feitelijke uitgave. Waren de uitgave in het jaar 2000 nog 6,8 miljoen euro, nu zitten we bij een bedrag 9 miljard(uitgedrukt in prijspeil 2000 de paarse lijn figuur 2) of wanneer we naar de reële uitgave kijken zitten we op 11,5 miljard(de blauwe lijn in figuur 2).


figuur 1 & 2. bron:CBS uitgaven aan primaire onderwijs, totale uitgave/prijspeil 2000
Dit betekent dat ca. 2,5 miljard (het verschil tussen reële uitgave en prijspeil 2000) ontstaan is door monetaire waardeverlies en 2,2 miljard naar de preispijl 2000 berekent, extra uitgave zijn. Wij halen de prijspeil 2000 hier aan, om de data zo neutraal mogelijk weer te geven. Natuurlijk blijft de feitelijke uitgave 11,5 miljard euro wat een verhoging van 4,7 miljard is over de afgelopen 20 jaar.

Figuur 3 & 4 index aantal leerlingen in het primair onderwijs en aantal scholen in het primair onderwijs . Bron DUO
Laten wij eens verder kijken naar andere ontwikkelingen in figuur 3&4 waar de aantallen leerlingen en scholen zijn weergegeven. Na een stijging te zien tot 2012 tot 1,6 miljoen leerlingen neemt de stijging af om vervolgens te dalen tot 1,5 miljoen leerlingen (werkelijke afname 127.348 leerlingen). Dit lijkt in eerste instantie niet zoveel, maar als wij u vertellen, dat dit de helft is van ongeveer een halve landelijke leerjaar, dan is het toch substantieel vermindering. Het zal niet verwonderlijk zijn dat dit overeenkomt met de demografische ontwikkelingen. Met een vermindering van de leerling, zal u verwachten, dat dit ook terug te vinden is in het aantal onderwijsinstellingen en dat klopt ook. In de periode van 2014 tot en met 2019 zijn er 445 scholen in Nederland te vinden (totaal 2014: 7106, totaal 2019: 6661). We kunnen dus niet alleen vast stellen dat de uitgave niet alleen aanzienlijk gestegen zijn, maar dat ook nog met een afname in aantal scholen en leerlingen.
Wij hebben nu gekeken naar de uitgave, de verandering van het aantal onderwijsinstellingen- en leerlingen. Hierin hebben we nog niet het antwoord kunnen vinden op waar de extra kosten door zijn ontstaan. Laten wij daarom eens kijken naar de ontwikkelingen van het personeel, werkzaam in het (pre)primair onderwijs.

figuur 5. samenstelling van personeel werkzaam in het (pre)primair onderwijs.
In figuur 5 zien we de ontwikkelingen van het personeel werkend in het (pre)primair onderwijs in de periode 2009 tot en met 2019. We kunnen vaststellen dat het onderwijsondersteunend personeel(roze) tussen 2009 en 2017 een stijging met getallen tussen 10300 en 11600 fte. Vanaf 2017 zien wij een sterke stijging ontstaan oplopend tot 15900 fte. Bij het onderwijzend personeel(paars) zien we na een sterke daling in de periode van 2009 tot en met 2012 van 85100 naar 80100 fte. In der periode 2012 en 2019 is het tamelijk stabiel gebleven met getallen van 79000 naar 77600 fte. Tot slot de bezetting van de personeel in de directie(blauw). Daarin zien wij dat tussen 2009 en 2014 een neergang van 9600 tot 8000 fte's met een uiteindelijke langzamere verlaging tot 7000 fte's in 2019. In totaal zien we een afname van 8200 fte's in de personeel werkend in het (pre)primair onderwijs.
StateCare©, EduFakt©, MediFakt© en SecuFakt© zijn copyright van State of the Nation© en mogen niet verveelvoudigd of gebruikt worden zonder toestemmingen van State of the Nation©